De twee routes in één tabel
| Rentemiddeling | Volledig oversluiten | |
|---|---|---|
| Bij wie | Je huidige bank | Dezelfde of andere bank |
| Boeterente | Verwerkt in het tarief | Eenmalig betalen |
| Resulterend tarief | Boven de marktrente | Marktconform (laagst) |
| Notaris/taxatie | Niet nodig | Bij andere bank wel |
| Snelheid | 2–4 weken | 6–12 weken |
| Beste bij | Korte restperiode, lage boete | Lange restperiode, groot verschil |
Hoe werkt rentemiddeling?
Stel: je huidige rente is 4,5% en de marktrente voor jouw periode staat op 3,5%. Je hebt nog 5 jaar rentevastperiode. De bank berekent dan een nieuw tarief op basis van je contractrente, de marktrente, de resterende periode en de nieuwe periode die je kiest. Het resultaat ligt boven de 3,5%: de bank verwerkt haar gemiste rente in een opslag.
Rekenvoorbeeld (indicatief): huidig tarief 4,5%, 5 jaar restant, marktrente 3,5%, nieuwe periode 10 jaar. Rentemiddeling: circa 3,9–4,1%. Volledige overstap: 3,5%. Verschil: 0,4–0,6% per jaar — bij € 250.000 is dat € 1.000–1.500 per jaar meer via rentemiddeling.
Wanneer kies je voor rentemiddeling?
- Je rentevastperiode loopt binnen 1 tot 2 jaar af — de boete is dan laag en middeling vaak goedkoper.
- Je wilt snel handelen zonder notaris of taxatie.
- De bijkomende kosten van overstappen wegen zwaarder dan het renteverschil.
Wanneer kies je voor volledig oversluiten?
Bij een grote resterende rentevastperiode (5 jaar of meer) en een significant renteverschil wint een volledige overstap vrijwel altijd: je pakt het echte markttarief in plaats van een gecorrigeerd gemiddelde. De boete is dan bovendien grotendeels fiscaal aftrekbaar.
Een onafhankelijk adviseur rekent beide opties naast elkaar door — inclusief boeterente, terugverdientijd en het totale voordeel over de looptijd.