Hoe werkt rentemiddeling?
Stel: je huidige rente is 4,5% en de marktrente voor jouw periode staat op 3,5%. Je hebt nog 5 jaar rentevastperiode over. De bank berekent dan een nieuw tarief dat rekening houdt met:
- Je huidige contractrente (4,5%)
- De actuele marktrente (3,5%)
- De resterende rentevastperiode (5 jaar)
- De nieuwe rentevastperiode die je kiest (bijv. 10 jaar)
Het resulterende tarief ligt boven de 3,5% marktrente — de bank compenseert haar gederfde rente over de resterende 5 jaar via een opslag op het nieuwe tarief.
Rekenvoorbeeld (indicatief): Huidig tarief 4,5%, 5 jaar restant, nieuw tarief markt 3,5%, nieuwe periode 10 jaar. Uitkomst rentemiddeling: circa 3,9–4,1%. Volledige overstap: 3,5%. Verschil: 0,4–0,6% per jaar — bij €250.000 is dat €1.000–1.500 per jaar meer via rentemiddeling.
Wanneer kies je toch voor rentemiddeling?
Rentemiddeling verdient de voorkeur als:
- Je rentevastperiode binnen 1 tot 2 jaar afloopt — dan is de boeterente relatief laag en is rentemiddeling goedkoper dan een volledige overstap.
- Je snel wil handelen zonder notaris of taxatie. Rentemiddeling vergt minder papierwerk en is doorgaans in 2 tot 4 weken geregeld.
- De bijkomende kosten van oversluiten (notaris, taxatie, kadaster) zwaarder wegen dan het renteverschil.
Wanneer kies je voor volledig oversluiten?
Bij een grote resterende rentevastperiode (5 jaar of meer) en een significant renteverschil verdient een volledige overstapnaar een andere geldverstrekker vrijwel altijd de voorkeur. Je pakt het echte markttarief, niet een gedeeltelijk gecorrigeerd gemiddelde.
Een onafhankelijk adviseur berekent voor jou beide opties naast elkaar — inclusief boeterente, terugverdientijd en het totale voordeel over de gehele looptijd.