Hoe werkt de boeterenteformule?
De Nederlandse wetgeving (Wft art. 7:120a) schrijft voor dat de boeterente gebaseerd moet zijn op de feitelijke schade van de geldverstrekker. Die schade is de contante waarde van het renteverschil over de resterende rentevastperiode.
Concreet: voor elke resterende maand in je rentevastperiode berekent de bank het verschil tussen jouw contractrente en het actuele markttarief, vermenigvuldigd met het op dat moment nog openstaande saldo. Die toekomstige bedragen worden teruggerekend naar de huidige waarde (verdiscontering). De som van alle verdisconteerde maanden is de boeterente.
Vuistregel: Rente-opslag 1%, resterende periode 5 jaar, saldo €250.000 → boeterente circa €10.000–12.000. Bij 0,5% opslag en 3 jaar restant → circa €3.500–4.500. Onze calculator geeft een indicatieve berekening op basis van deze formule.
Wanneer betaal je geen boeterente?
- Rentevastperiode loopt af — je bent volledig vrij, geen vergoeding.
- Boetevrij aflossen — de meeste hypotheken bieden jaarlijks 10–20% boetevrije aflossingsruimte. Gebruik je die volledig, kun je soms de gehele hypotheek boetevrij aflossen.
- Gedwongen verkoop — bij executieverkoop geldt doorgaans een wettelijke vrijstelling.
- Contractuele uitzonderingen — sommige hypotheken bevatten clausules voor boetevrijstelling bij overlijden of arbeidsongeschiktheid.
Belastingteruggave op de boeterente
Voor annuïtaire en lineaire hypotheken (die recht geven op hypotheekrenteaftrek) is de boeterente volledig aftrekbaar in box 1. Bij het belastingtarief van 2024 (marginaal 40,8% boven de eerste schijf) betaalt de Belastingdienst effectief 40,8% van de boeterente terug. Een boeterente van €10.000 kost je netto dus circa €5.920.