Waarom dit het beste moment is
Als je rentevastperiode afloopt, ben je volledig vrij. Geen boeterente, geen penalisering, geen verplichtingen aan je huidige geldverstrekker. Je kunt overstappen naar elke aanbieder die je wilt — of je huidige bank laten concurreren met de markt.
Dit moment is ook psychologisch eenvoudiger: je hoeft niet met terugverdientijden en boeterenterekeningen te werken. De enige vraag is: welk tarief is het beste voor de komende 5, 10 of 20 jaar?
Wat je juist niet moet doen: de prolongatiebrief tekenen
Je huidige bank stuurt doorgaans 3–6 maanden van tevoren een prolongatiebrief met een tariefaanbod. Dat aanbod is zelden het scherpste tarief op de markt. Banken weten dat veel klanten gemakshalve tekenen — dat kost je jaren lang extra rente.
Teken de prolongatiebrief nooit vóórdat je ten minste drie andere offertes hebt vergeleken. Zodra je tekent, start een nieuwe rentevastperiode en verlies je de boetevrije overstapvrijheid.
Tijdlijn: Loopt je rentevastperiode over 4 maanden af? Start nú: adviesgesprek plannen (week 1–2), taxatie (week 3–4), offertes vergelijken (week 4–6), aanvraag en overdracht (week 6–10). Klaar vóór de afloopdat.
Welke rentevastperiode kies je nu?
Bij de keuze voor de nieuwe periode weeg je drie factoren af:
- Zekerheid: langere perioden (10–20 jaar) beschermen tegen rentestijging en geven budgetzekerheid.
- Flexibiliteit: kortere perioden (1–5 jaar) zijn goedkoper als de rente daalt, maar risicovoller bij stijging.
- Rentecurve: de marktrente voor lange perioden is soms maar iets hoger dan voor kortere. Dan is een langere periode relatief goedkoop.
Een onafhankelijk adviseur kan de huidige rentecurve voor jou interpreteren en een passend advies geven.