Scenario 1 — rentevastperiode loopt af (geen boete)
Hypotheek € 250.000, 20 jaar restant. Je rentevastperiode loopt af, dus geen boeterente. Je gaat van 4,3% naar 3,55%.
| Maandlast nu (4,3%) | ± € 1.552 |
| Maandlast nieuw (3,55%) | ± € 1.455 |
| Maandbesparing | ± € 97 |
| Boeterente | € 0 (periode afgelopen) |
| Overige kosten (advies, taxatie) | ± € 2.500 |
| Terugverdientijd | ± 26 maanden |
Scenario 2 — tussentijds oversluiten met boeterente
Hypotheek € 250.000, nog 5 jaar rentevast. Je gaat van 4,5% naar 3,5% (1% verschil). Er is wél boeterente.
| Maandbesparing (1% lager) | ± € 130 |
| Boeterente (indicatief) | ± € 11.000 |
| Overige kosten | ± € 4.000 |
| Belastingteruggave (37,5% over aftrekbaar deel) | − € 5.250 |
| Netto kosten | ± € 9.750 |
| Terugverdientijd | ± 75 maanden (6,3 jaar) |
Hier valt de terugverdientijd langer uit. Of het loont, hangt af van je resterende looptijd: blijf je nog 15 jaar, dan bespaar je daarna nog jaren.
Scenario 3 — rentemiddeling versus volledige overstap
Zelfde uitgangspunt als scenario 2, maar je vergelijkt rentemiddeling met een volledige overstap.
| Rentemiddeling | Volledig oversluiten | |
|---|---|---|
| Nieuw tarief | ± 3,9–4,1% | 3,5% |
| Eenmalige boete | Verwerkt in tarief | ± € 11.000 (aftrekbaar) |
| Notaris/taxatie | Niet/beperkt | ± € 4.000 |
| Voordeel over de looptijd | Kleiner | Groter bij lange restduur |
Vuistregel terugverdientijd: totale (netto) kosten ÷ maandbesparing. Onder de 3–4 jaar is doorgaans aantrekkelijk als je nog jaren blijft. Reken je eigen geval door met de calculator — die toont het break-evenpunt in een grafiek.
Alle bedragen zijn indicatief en ter illustratie; je werkelijke uitkomst hangt af van je persoonlijke situatie.