Hoe je rente is opgebouwd
Je hypotheekrente is een basistarief (markt en rentevastperiode) plus een risico-opslag. Die opslag hangt af van je loan-to-value (LTV): de verhouding tussen je hypotheekschuld en de woningwaarde. Banken werken met risicoklassen — bekende drempels liggen rond 60%, 80% en 90% van de woningwaarde. Hoe lager je LTV, hoe lager de opslag.
Twee manieren om je LTV te verlagen
1. Je woning is meer waard geworden
Door gestegen huizenprijzen of een verbouwing kan je woning meer waard zijn. Een hertaxatie (of een hogere WOZ-waarde) toont dat aan, waardoor je in een lagere risicoklasse valt. Lees hoe je overwaarde benut.
2. Extra aflossen
Door (boetevrij) extra af te lossen daalt je schuld en dus je LTV. Kom je daarmee onder een drempel, dan kan de opslag omlaag. Reken na of het rendement van aflossen opweegt tegen andere bestemmingen voor je geld.
Wat levert het op?
| Stap in risicoklasse | Typische rentekorting | Bij €250.000 (indicatief) |
|---|---|---|
| Eén klasse lager | 0,1–0,3% | ± €20–60/maand |
| Twee klassen lager | 0,3–0,5% | ± €60–100/maand |
Bedragen zijn indicatief en hangen af van je geldverstrekker, je looptijd en je exacte tarief.
Zo vraag je het aan
- Controleer je huidige LTV en risicoklasse op je renteoverzicht.
- Bepaal of je via taxatie/WOZ of via aflossen onder een drempel komt.
- Vraag bij je geldverstrekker een aanpassing van de risico-opslag aan, met onderbouwing (taxatierapport of WOZ-beschikking).
- Controleer het nieuwe renteoverzicht en de ingangsdatum.
Ligt je hele tarief boven de markt, dan is volledig oversluiten vaak voordeliger dan alleen de opslag verlagen. Reken beide routes door met de calculator.